VLAAMSE GEBARENTAAL ALS VREEMDE TAAL DOOR HORENDE LESGEVERS?

Reactie van Fevlado en het VGTC

In het licht van recente ontwikkelingen waarbij vaker horende leerkrachten, die op latere leeftijd Vlaamse Gebarentaal (VGT) hebben geleerd, worden ingeschakeld voor het onderwijzen van VGT als vreemde taal, wil de VGT-gemeenschap reageren. Het betreft hier zowel de vrije VGT-cursussen georganiseerd door Fevlado-Diversus, de modulaire opleidingen die aangeboden worden door het VSPW te Gent en het CVO te Mechelen, de VGT-modules die aangeboden worden in andere CVO’s overal in Vlaanderen, en de fulltime opleiding binnen de Toegepaste Taalkunde aan de Lessius hogeschool in Antwerpen.

Vlaamse Gebarentaal werd in 2006 door het Vlaams Parlement erkend als de taal van de Vlaamse Dovengemeenschap, een linguïstisch-culturele minderheidsgroep (cfr. decreet houdende de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal). Onder meer door deze erkenning en de sensibilisatiecampagnes die doorheen de jaren werden gevoerd, wordt VGT steeds meer zichtbaar in de samenleving. Ook voor horende mensen die geen directe relatie hebben met de Dovengemeenschap, wordt de taal populair en cursussen VGT kennen een groeiend succes.

Het feit dat meer en meer horende mensen VGT beheersen (in mindere of meerdere mate) is een enorm positieve evolutie. Toch wil de Dovengemeenschap erover waken dat de kwaliteit van deze lessen VGT gewaarborgd is en blijft. De lessen zijn immers niet alleen bedoeld om de taal te leren, maar fungeren in veel gevallen voor de cursisten/studenten ook als eerste (en soms enige) kennismaking met dove mensen en Dovencultuur. In de vrije VGT-cursussen van Fevlado-Diversus, en vermoedelijk ook in andere vormingen, zijn cursisten vaak zeer positief verrast dat ze een dove lesgever hebben. Om de één of andere reden verwachten ze dit niet altijd, maar uiteindelijk blijkt dit voor hen een grote meerwaarde te zijn omdat ze op deze manier niet enkel de taal leren, maar ook kennismaken met de gewoontes en gebruiken van dove mensen voor wie VGT hun eerste taal is. Ook voor toekomstige tolken VGT is het van groot belang dat ze al van bij aanvang VGT verwerven van een dove (near) native docent. Op deze manier leren ze de taal letterlijk uit eerste hand en maken ze ook al kennis met de gewoonten en gebruiken van hun toekomstige klanten. De Vlaamse Dovengemeenschap is fier op haar eigen taal, de VGT, maar bezit ook haar eigen cultuur, de Dovencultuur. Taal en cultuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Dit brengt met zich mee dat binnen een taalopleiding er niet enkel aandacht dient te zijn voor het lexicon van de taal en de structuren van die taal maar ook voor de cultuur van de taalgemeenschap.

Het is belangrijk te realiseren dat mensen die instromen in een cursus of opleiding VGT (i.e. al de genoemde cursussen en opleidingen hierboven), allen VGT zullen leren als een nieuwe vreemde taal. Voor velen van hen is het niet een tweede taal die ze aanleren, maar een derde, vierde of zelfs vijfde taal.

Daarnaast zorgt de eigenheid van een gebarentaal in vergelijking met een gesproken taal er ook voor dat een opleiding VGT voor horende vreemde taalleerders niet zomaar kan vergeleken worden met een opleiding waar een gesproken taal als extra, vreemde taal wordt aangeboden. Gebarentaal is een visueel-gestuele taal die qua verwervingscomplexiteit ingeschaald wordt op niveau 4, en op die manier te vergelijken is met het leren van Japans of Chinees als vreemde taal voor een Westerse vreemde taalleerder. De structuur van gebarentaal is zo verschillend van enige gesproken taal, dat het verwerven van die taal voor een horende vreemde taalleerder even veeleisend is als het verwerven van Japans of Chinees voor een Westerse persoon.

Omwille van de redenen hierboven vermeld, mag het duidelijk zijn dat het beroep van VGT lesgever/docent binnen een VGT-cursus of -opleiding aan horende vreemde taalleerders een veeleisende job is. Samengevat kunnen we stellen dat de twee belangrijkste voorwaarden om de kwaliteit van de lessen VGT in deze opleidingen te waarborgen, zijn;

(1) Een hoge (near) native VGT-vaardigheid: dit is nodig om een taal van complexiteitsniveau 4 aan te leren aan vreemde taalleerders. Momenteel is er nog onvoldoende onderzoek naar de grammatica van de Vlaamse Gebarentaal gerealiseerd, om als non-native gebarentalige correct op alle mogelijke vragen van cursisten te kunnen antwoorden. Net zoals ook bij andere talen trouwens geldt, dient men nog vaak te antwoorden vanuit de eigen ervaringen, een soort ‘buikgevoel’, iets wat derde of vierde taalleerders niet hebben.

(2) Kennis van en voeling met Dovencultuur: door deze kennis en voeling heeft de docent specifieke vaardigheden die intrinsiek verbonden zijn met het in de wereld staan en de wereld beleven als doof, visueel, VGT-talig persoon. Deze vaardigheden kunnen niet aangeleerd worden maar vloeien voort uit de positieve ervaring van doof- zijn. Hierdoor kan een dove docent in bepaalde gevallen talige aspecten vanuit een culturele invalshoek verklaren. Dit leidt tot adequate(re) lesstrategieën.

Daarnaast mogen ook de volgende zaken niet uit het oog verloren worden:
Docenten dienen ook als rolmodel en taalmodel voor mensen die vaak voor de eerste keer kennis maken met VGT en de taalgemeenschap, die in meerderheid bestaat uit dove mensen. Vaak is deze dove persoon, vooral dan in het begin, voor de cursisten de enige link tussen hen en de Dovengemeenschap. Deze dove docent is, zolang men geen contacten legt met andere dove gebarentaligen, ook dé vertegenwoordiger van deze linguïstisch-culturele minderheidsgroep en vervult in wezen dus een belangrijke functie in het creëren van een positieve houding bij de cursisten ten aanzien van dove personen en hun cultuur. Horende personen maken deel uit van de linguïstisch- culturele meerderheidsgroep, hebben veelal een indirecte link met de

Dovengemeenschap en -cultuur en zijn bijgevolg niet geschikt om deze rol op zich te nemen.
Het toepassen van wat men aanleerde in de lessen VGT is veel minder vanzelfsprekend dan wanneer men een taal zoals het Engels of Frans aanleert. Men dient effectief naar de Dovengemeenschap toe te stappen om de vaardigheden in te kunnen oefenen. Dankzij het contact met een dove leerkracht wordt reeds een eerste drempel die cursisten kunnen ervaren weggewerkt: als de communicatie met deze dove persoon lukt, dan hoeft men ook niet te aarzelen om contact te leggen met andere leden van de Dovengemeenschap.

Om de redenen hierboven, en zonder enige persoon of groep te willen discrimineren, geloven we dat een horende persoon die op latere leeftijd VGT verworven heeft als vreemde taal, in de huidige Vlaamse context niet de aangewezen docent VGT is.
De Vlaamse Dovengemeenschap vraagt dan ook om bij de inschakeling van docenten VGT-verwerving in alle cursussen en opleidingen rekening te houden met het advies hierboven beschreven, en dit te volgen met het oog op een kwaliteitsvol aanbod VGT aan horende vreemde taalleerders.

Maart 2012

belangenverdediging@fevlado.be
info@www.vgtc.be

U kan hier het standpunt in tekstvorm (pdf) downloaden.