Advies van het Vlaams Gebarentaalcentrum (VGTC) vzw met betrekking tot de nieuwe beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Overheid en de VRT voor de beleidsperiode 2021-2025

De afgelopen jaren is de Vlaamse Gebarentaal steeds zichtbaarder geworden in onze maatschappij, door onder andere de inzet van horende en dove tolken, respectievelijk voor Het Journaal en Karrewiet. Hoewel de vergrote zichtbaarheid an sich een positieve evolutie betekent, zorgt deze voor grote inhoudelijke discussies, onder meer op sociale media, over het al dan niet ‘correct’ gebruik van de Vlaamse Gebarentaal (VGT). Bij het VGTC merkten we reeds op dat steeds meer Vlaamse gebarentaalgebruikers reflecteren over hun eigen taal en dat het metatalig bewustzijn binnen de Vlaamse dovengemeenschap sterk toeneemt. Om deze discussies een forum te bieden, organiseerde het VGTC in november 2019 een studiedag rond taalverandering. Iedereen die in dit thema geïnteresseerd was, kreeg de kans om zijn of haar bezorgdheden te uiten en om in overleg te gaan met een panel van diverse experten. We merkten tijdens deze studiedag dat er bij een groot deel van de dovengemeenschap een begrijpelijke bezorgdheid leeft over de “verloedering” van hun taal, bijvoorbeeld binnen het publieke domein.

Recent werd het evaluatieonderzoek “Het Journaal met of in VGT” van de Universiteit Antwerpen (UA) onder leiding van prof. dr. Alexander Dhoest en onderzoeker Jorn Rijckaert gepubliceerd. Hierin komt duidelijk naar voor dat de respondenten moeite hebben met het begrijpen van de huidige (horende) tolken tijdens Het Journaal van 19 uur. Het onvolledig of niet begrijpen van de inhoud is problematisch en kent verschillende knelpunten erkend door de Vlaamse dovengemeenschap (te weinig coherentie tussen de gebaren, lexicale en grammaticale fouten, invloed van het Nederlands op VGT, slechte afwerking van vingerspelling, het weglaten van informatie door de tolken en een overaanbod aan visuele informatie) en de horende journaaltolken (regionale varianten, nieuwe of onbekende gebaren, het te hoge tempo, gebrekkige synchronisatie tussen tolk en beelden). Uit dit onderzoek blijkt ook dat de getolkte uitzendingen van Karrewiet beter begrepen worden, deels door hun eenvoudiger en trager format, en deels omdat het taalgebruik van de dove tolken meer aanleunt bij het taalgebruik van de dove kijkers. Wij erkennen de bezorgdheden van de dovengemeenschap naar de kwaliteit van de getolkte inhoud en het huidige format. Daarnaast blijkt er uit de eerder genoemde studiedag én het onderzoek van de UA dat er van het VGTC een actievere en meer sturende rol wordt verwacht. Omtrent haar rol licht het VGTC hieronder graag haar advies toe voor de komende beheersovereenkomst.

We zien dat de openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap, binnen het kader van VRTTaal, de norm voor standaardtaal in Vlaanderen hoog in het vaandel draagt. De VRT stimuleert dan ook haar medewerkers om “in hun publieke uitingen en contacten aantrekkelijk, helder en correct Nederlands” te hanteren. Sterker zelfs, binnen de journalistieke context wordt de absolute norm verwacht bij haar medewerkers, dit is “een onberispelijk en voorbeeldig gebruik van de standaardtaal”. Gelijkwaardige kwaliteitscriteria voor het gebruik van VGT op de VRT zijn helaas (nog) niet voorhanden, maar uit bovenvermeld onderzoek en persoonlijke ervaringen blijkt een uitbreiding van het taalcharter met betrekking tot VGT noodzakelijk om een hoge kwaliteit te kunnen waarborgen. In 2006 werd VGT unaniem erkend door de Vlaamse overheid, en kan in vergelijking met het Nederlands omschreven worden als een relatief jonge taal. Er is geen gestuurde standaardisatie en aldus wordt een standaardtaal

niet opgedrongen (Van Herreweghe en Vandemeulebroucke, 2016). Onderzoek heeft wel aangetoond dat VGT een spontane standaardisering ondergaat (Vanhecke en De Weerdt, 2004).

Verder blijkt uit het evaluatierapport van de UA dat het begrijpen van verschillende regionale varianten geen probleem is wanneer de informatie via de dove tolken/presentatoren vernomen wordt, maar enkel een struikelblok blijkt bij de horende tolken (zie hierbij ook de recente beslissing om een dove tolk in te zetten tijdens de persconferenties van de Nationale Veiligheidsraad o.a.). Dat is een bekend knelpunt bij horende tolken dat niet meteen verholpen kan worden, maar eerder het verschil kan zijn tussen operationele vaardigheid en volledige beheersing van een taal, die we respectievelijk terugvinden bij horende en dove tolken. Als onderzoekscentrum ondersteunt het VGTC dit spontane standaardiseringsproces door descriptief onderzoek uit te voeren naar VGT (cf. Visietekst VGTC omtrent taalnormering). Op die manier kunnen we onder andere mensen die de taal in het publieke domein gebruiken, zoals tolken, voldoende achtergrondinformatie bieden om genuanceerde keuzes te kunnen maken in verband met het gebruik van bepaalde gebaren en/of formuleringen. Zo hoeven de journaaltolken niet meer te rade te gaan bij het woordenboek NGT (opgesteld voor de weinig verwante Nederlandse Gebarentaal) zoals momenteel regelmatig, jammer genoeg, gebeurt wanneer er volgens hen geen gebaar in VGT voorhanden is. Het lenen van gebaren uit NGT verkiezen boven het advies van de gemeenschap kan een grote onbedoelde negatieve impact hebben op VGT. Uit het onderzoeksrapport is ook gebleken dat het consequent foutieve taalgebruik van de horende tolken impact kan hebben op het taalgebruik van de dove kijkers. Dat kan echter niet de bedoeling zijn. We zijn van mening, dat de tolken/presentatoren geen sturende rol mogen aannemen ten opzichte van de Vlaamse Gebarentaal. Echter, adviseren we hen overleg te plegen en de taal te hanteren die ook effectief gebruikt wordt binnen de dovengemeenschap en begrepen wordt in heel Vlaanderen. Zo verschijnen er regelmatig nieuwe (naam)gebaren spontaan vanuit de Vlaamse Dovengemeenschap zelf, bijvoorbeeld recent de naamgebaren voor de virologen prof. dr. Steven Van Gucht en prof. dr. Marc Van Ranst en het gebaar voor coronavirus en dergelijke. Vanuit het VGTC zijn we zeer zeker bereid om te fungeren als aanspreekpunt en nemen graag een adviserende rol op om de tolken/presentatoren te ondersteunen. In het verleden zochten we meermaals toenadering tot de VRT, maar een duurzame samenwerking bleef tot op heden uit, wat wij enorm betreuren.

Omwille van onze bezorgdheden rond de kwaliteit en toegankelijkheid willen wij als onafhankelijk onderzoeks- en expertisecentrum Vlaamse Gebarentaal graag mee de verantwoordelijkheid dragen voor de screening, begeleiding en ondersteuning van de tolken en/of presentatoren, bij voorkeur dove medewerkers. We zijn er van overtuigd dat we op deze manier, via een transparante en vlotte communicatie, samen tegemoet kunnen komen aan de bezorgdheden van de Vlaamse dovengemeenschap. Daarnaast biedt dit volgens ons de best mogelijke ondersteuning aan gebarentaligen en in het bijzonder zij die een voorbeeldfunctie vervullen als dagelijks zichtbaar taalmodel. Graag wensen wij in dialoog te gaan met de Vlaamse Overheid en de VRT en/of een extern productiehuis om onze expertise en inbreng te verduidelijken en te bekijken welke middelen noodzakelijk zijn om een goede kwaliteit van Vlaamse Gebarentaal in de publieke media te kunnen waarborgen. Hartelijk dank om onze bezorgdheden en adviezen in overweging te nemen.

Voor verdere vragen, kunt u steeds contact opnemen met de heer André Lathouwers, voorzitter van het VGTC – voorzitter@vgtc.be.

Dit advies werd bezorgd aan:

– Vlaams Minister van Brussel, Jeugd & Media

– Vlaams Minister van Cultuur

– Commissiesecretaris Cultuur, Jeugd, Sport & Media

– Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport & Media (SARC)

– VRT

– Doof Vlaanderen vzw

– Adviescommissie Vlaamse Gebarentaal

– Beroepsvereniging Vlaamse Gebarentaaltolken vzw (BVGT)

Referenties

Dhoest, Alexander & Rijckaert, Jorn (2020). Het Journaal met of in VGT. Een evaluatieonderzoek naar het aanbod Vlaamse Gebarentaal op de VRT.

https://vrttaal.net/nieuws/taalcharter (geraadpleegd in juni 2020)

https://www.vgtc.be/nieuw-lexicon-op-woordenboek-corona/ (geraadpleegd in juni 2020)

– Van Herreweghe, Mieke & Vandemeulebroucke, Eva (2016). Vlaamse gebarentaligen en standaard Vlaamse Gebarentaal. Verstoten of omarmen? Taal & Tongval, 68(2), 201-236.

– Vanhecke, Eline & De Weerdt, Kristof (2004). Regional variation in Flemish Sign Language. In M. Van Herreweghe en M. Vermeerbergen (Eds.) To the Lexicon and Beyond. Sociolinguistics in European Deaf Communities, p. 27-38. Washington DC: Gallaudet University Press.

– Vlaams GebarentaalCentrum VZW (te verschijnen). Visietekst omtrent taalnormering en standaardisering.

U kan hier het standpunt in tekstvorm (pdf) downloaden.