Projecten

Vóór het VGTC zijn erkenning kreeg, werden de activiteiten en projecten bijna volledig gedragen en uitgevoerd door de vrijwilligers. Af en toe werden deze vrijwilligers aangevuld met projectmedewerkers die het VGTC, dankzij projectsubsidies, tijdelijk in dienst kon nemen. Het VGTC kon niettemin heel wat verwezenlijken.

Lijst projecten:

Wordt binnenkort aangevuld.

Wordt binnenkort aangevuld.

Het Corpus VGT is een verzameling van video’s in Vlaamse Gebarentaal. Ze verzamelden in totaal meer dan 5 TB of 140 uren video. 120 dove mensen werkten mee aan het Corpus VGT als informanten. Bij het selecteren van de informanten werd rekening gehouden met leeftijd, regio en gender. Per twee gaven ze hen een reeks thema’s om over te praten: vertellen van een verhaal, maken van afspraken, discussiëren over een thema, vertellen over hun schooltijd enz. Deze conversaties namen ze op video op en ze monteerden het per opdracht. De gesprekken in Vlaamse Gebarentaal annoteerden ze vervolgens door het te glossen.

Het Corpus VGT is gemaakt om onderzoek naar Vlaamse Gebarentaal te doen. Omdat er in andere landen ook al gebarentaalcorpora zijn samengesteld, kan men ook vergelijkend onderzoek tussen Vlaamse Gebarentaal en andere gebarentalen doen. Daarnaast kunnen docenten het corpus gebruiken in hun lessen Vlaamse Gebarentaal. Het Corpus VGT is ook een middel om Vlaamse Gebarentaal en aspecten van de Vlaamse Dovencultuur te documenteren en te bewaren.

Meer info: www.corpusvgt.be

 

Dit project van ‘t Signaal had drie grote doelstellingen:

  • VGT toegankelijk maken voor ouders, familieleden en iedereen (onthaalmoeders, kinderverzorgers, leerkrachten kleuteronderwijs) die betrokken is bij de opvoeding van jonge dove kinderen. Hiervoor werd de cursus “Leren visueel communiceren met dove baby’s en peuters” aangevuld met bestaand (cursus)materiaal en een module VGT voor baby’s en peuters. Deze cursussen zouden nadien kunnen worden ingebed in de begeleiding die thuisbegeleidingsdiensten en/of revalidatiecentra aan ouders aanbieden.
  • Horende verenigingen en sociaal-culturele centra mobiliseren in een sensibilisatiecampagne voor de bekendmaking van VGT.
  • Het belang van VGT voor de opvoeding en ontwikkeling van jonge dove kinderen kenbaar maken aan een breed publiek in Vlaanderen d.m.v. promotie- en mediacampagnes.

Het VGTC volgde dit project op. 1 of 2 medewerkers woonden de vergaderingen (2 à 3 per maand) bij.

Voor meer info: mijn baby is doof

In 2013 werd van start gegaan met het project “Kinderrijmpjes in VGT voor de eerste kleuterklas” waardoor het VGTC subsidies ontving in kader van de projecten Vlaamse Gebarentaal. Het project was volledig rond in tweede deel van 2014. De persvoorstelling in bibliotheek Permeke op 24 september 2014 gebeurde onder ruime belangstelling van zo’n 80 kinderen en hun ouders.

De DVD “Vijftien vingers en twee hoofden” bevat tien versjes en vijf liedjes in Vlaamse Gebarentaal (VGT) die werden bedacht en uitgevoerd door Hilde Verhelst, zelf doof en gebarentalig. De tien versjes werden origineel gecreëerd in VGT, de vijf liedjes zijn vertalingen in VGT van bekende Nederlandstalige kinderliedjes (bv. “Op een grote paddenstoel”). Zoals rijmen in het Nederlands gebeurt door te spelen met woorden en klanken, gebeurt rijmen in VGT onder meer door het gebruik van verschillende of net dezelfde handvormen in één versje, of door het in elkaar laten overvloeien van gebaren. Aangezien de versjes heel visueel zijn opgebouwd, zijn ze ook voor kleuters die geen VGT kennen heel makkelijk om te leren en gebaren. Deze nieuwe DVD is geschikt voor alle kleuters, vanaf de eerste kleuterklas. Alle versjes en liedjes worden gebracht in een kleurrijk en visueel prikkelend decor, en voorzien van een Nederlandse voice^over. Het boekje bij de DVD bevat de Nederlandse vertalingen van de versjes gecreëerd in VGT. “Vijftien vingers en twee hoofden” is het vervolg op de eerste DVD “Vijftien vingers en één hoofd”, die gericht was naar kinderen tussen 3 en 8 jaar oud en uitgegeven werd door het Vlaams GebarentaalCentrum in 2010. De “twee hoofden” in de titel verwijzen niet alleen naar deel twee, maar ook naar de twee verschillende gezichten die te zien zijn op deze nieuwe, tweede DVD. Deze keer brengt niet alleen Hilde de versjes, maar wordt ze vergezeld door Lona, een doof meisje van vijf jaar oud.

Met deze publicatie wil het VGTC het aanbod van materiaal in VGT voor dove kinderen uitbreiden.

Tijdens haar stages als kleuteronderwijzeres in dovenscholen merkte Hilde Verhelst op dat de kleuters er weinig versjes aangeboden kregen en leerde ze dat er ook weinig versjes in Vlaamse Gebarentaal bestaan. Zo kwam ze op het idee een scriptie te maken rond versjes in VGT. Poëzie laat kinderen immers creatief omgaan met taal en spelen met gebaren en structuren, wat zeer belangrijk is voor hun taalontwikkeling.

Na het voltooien van haar opleiding kwam Hilde enthousiast aankloppen bij het VGTC met de vraag of wij een dvd met haar kleuterrijmpjes wilden uitbrengen. Dankzij een subsidie van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media konden wij Hildes project financieel en inhoudelijk ondersteunen. We zorgden o.a. voor de vertaling naar het Nederlands en Patrick Wiche van Visualife stond in voor de technische realisatie.

Op de dvd, “Vijftien vingers en een hoofd”, zijn vijftien gedichtjes verzameld voor kinderen tussen twee en acht jaar oud. De versjes snijden diverse thema’s aan en zijn beschikbaar in zowel Vlaamse Gebarentaal als het Nederlands. Ook de toelichting bij de poëzie wordt in beide talen aangeboden. Op die manier kunnen dove kinderen, hun ouders, broers en zussen, grootouders, vriendjes en ook kleuterleid(st)ers samen op weg kunnen om spelenderwijs Vlaamse Gebarentaal te ontdekken.

Zin om het resultaat te bekijken en te beluisteren? Bestel dan snel uw exemplaar!

Het VGTC was co-organisator van de studievoormiddag naar aanleiding van de 5de verjaardag van de erkenning van VGT.

5jaarerkenning

Op vraag van de EUD werd een tiental jaar geleden gestart met een Europees project omtrent de status van de gebarentalen in de verschillende lidstaten. Het VGTC meende dat het interessant zou zijn om aan de Vlaamse bijdrage tot dit “Sign on Europe”-project een vervolg te breien, om zo na te gaan of de wensen van tien jaar geleden uitgekomen zijn en om te bevragen welke de huidige verlangens zijn voor de toekomst. Het VGTC zette dan ook, samen met Fevlado en Fevlado-Diversus, een nieuw “bevragingsproject” op poten, waarbinnen dit keer tien thema’s behandeld werden

(1) Media, (2) Status van VGT, (3) Tolken, (4) Onderwijs, (5) Tewerkstelling, (6) Hulpmiddelen en telecommunicatie, (7) Dienstverlening, (8) Onderzoek en ontwikkeling, (9) Dovengemeenschap, (10) Cochleair implantaat.

Het boek dat de neerslag vormt van dit omvangrijke project is een uitgave van Fevlado-Diversus en Academia Press. Het is verkrijgbaar bij beide uitgevers en in de betere boekhandel.

bevragingsproject_watgeweestgewenstis

Vanuit VLOK-CI (Vlaamse Ouders van Kinderen met Cochleair Inplant) werd lange tijd geleden de vraag gesteld naar lessen Vlaamse Gebarentaal en Dovencultuur, zowel voor dove kinderen en jongeren als hun horende gezinsleden. Dove kinderen en jongeren, zeker geïmplanteerde kinderen en jongeren, zijn tegenwoordig immers veelal geïntegreerd in het reguliere onderwijs en hebben vaak weinig tot geen contact met Vlaamse Gebarentaal en de Dovencultuur. Dit wordt door hun ouders aangevoeld als een gemis. VLOK-CI benaderde hierover in eerste instantie Fevlado-Diversus, waarna het Vlaams GebarentaalCentrum aangesproken werd.

Na overleg werd beslist om tijdens het schooljaar 2008 – 2009 het volgende te organiseren:

  • 10 ontmoetingsdagen voor dove kinderen (met en zonder CI) en hun gezinsleden, waarbij er één programma is voor de kinderen (dove kinderen en broers en zussen tussen 6 en 12 jaar) enerzijds en een afzonderlijk programma voor de ouders (en grootouders) anderzijds. Er wordt ook opvang voorzien voor kinderen jonger dan 6.
  • een taalkamp Vlaamse Gebarentaal voor de kinderen.

Het project werd “VGT doe mee!” gedoopt. Voor de praktische organisatie, evenals voor het programma voor de volwassen familieleden tijdens de ontmoetingsdagen zouden Fevlado-Diversus en VLOK-CI instaan, voor de inhoudelijke uitwerking van de ontmoetingsdagen voor de kinderen en voor het taalkamp zou het Vlaams GebarentaalCentrum zorgen, evenals voor het opleiden van de kampbegeleiders. Er werd hiervoor één projectmedewerker aangeworven voor de periode van mei 2007-december 2007. Aanvankelijk was dit Eline Demey maar zij werd opgevolgd door Miek Van Bocxstaele.

Zowel voor de ontmoetingsdagen als voor het taalkamp is gekozen om op een heel speelse manier te werk te gaan. Zo wordt de kennismaking met zowel VGT als Dovencultuur laagdrempelig, en worden beide geassocieerd met plezier. Waar nu soms nog een negatief gevoel tegenover doofheid en VGT overheerst, wordt binnen dit project gestreefd naar het wegnemen van de angst voor het onbekende. Het is belangrijk dat de kinderen doofheid en visueel-gestuele communicatie leren associëren met positieve ervaringen. In dit opzicht is het contact met de Dove jongeren en jongvolwassenen – die zowel de ontmoetingsdagen als het taalkamp begeleiden – erg belangrijk. Voor vele deelnemende kinderen en jongeren gaat het ook hier om een eerste kennismaking.

Hoewel deze invalshoek (speelse benadering en inschakelen van Dove (jong)volwassenen) de basis vormt voor het programma zowel voor de ontmoetingsdagen als het taalkamp, is er voor beide toch een iets andere aanpak.

  • De ontmoetingsdagen: Het programma voor een ontmoetingsdag is opgebouwd rond één centraal thema dat dicht bij de leefwereld van de kinderen ligt. Alle spelletjes en activiteiten hebben, elk op hun eigen manier, een talig element en zijn specifiek geselecteerd om één van de aspecten van de Vlaamse Gebarentaal te verwerven.
  • Het taalkamp: Alvorens de opbouw en inhoud van het taalkamp uit te werken, was er contact met Roeland, een organisatie die een stevige ervaring heeft wat betreft de organisatie van taalkampen (Frans, Engels… ) voor kinderen en jongeren. Deze contacten zijn erg nuttig gebleken. Ook voor het taalkamp staan een speelse aanpak en contact met Dove jongeren centraal. Er zijn in de dagindeling wel echte “taallesjes” voorzien (3 per dag), maar ook die blijven heel speels. Er wordt bijvoorbeeld geen expliciete uitleg gegeven over de grammatica maar de verschillende grammaticale regels van VGT worden door de kinderen zelf ontdekt en al doende verworven.

Zoals reeds gesteld, gebeurt de begeleiding van zowel de ontmoetingsdagen (wat betreft het programma voor de Dove kinderen en hun broers en zussen, niet voor de gezinsleden) als het taalkamp door Dove VGT-gebaarders of horende moedertaalgebaarders. Van hen wordt dus verwacht dat zij als taalrolmodel fungeren. Bovendien zijn zij de geknipte personen om de vooroordelen omtrent doofheid en VGT te doorbreken. De 15 geselecteerde begeleiders zijn allemaal jongeren en jongvolwassenen die zeer Doofbewust zijn en fier zijn op hun taal. Door hun nog relatief jonge leeftijd staan ze niet zo ver van de kinderen af, wat alleen maar bevorderlijk kan zijn voor de vertrouwensband. Alvorens hun taak aan te vatten, gingen ze bovendien samen op vormingsweekend.

We kozen voor het KA van Dendermonde als locatie. Het taalkamp wordt georganiseerd in de herfstvakantie van 2008 (26 tot 31 oktober 2008), in de jeugdherberg van Huizingen. Het project kreeg een vervolg en ook in het schooljaar 2009 – 2010 gingen ontmoetingsdagen door.

Het leren van VGT zit in de lift. Gebarentaal is ruim beschikbaar geworden. Iedereen die dat wil, kan de taal leren en dit kan op verschillende manieren: via de tolkenopleidingen, via een cursus van Fevlado-Diversus, maar er zijn ook meer en meer organisaties die op eigen initiatief een cursus VGT opstarten. Hier en daar wordt VGT ook al als vak onderwezen binnen het dovenonderwijs. Toch bestaat er op dit moment geen enkele richtlijn over wie VGT kan lesgeven en aan welke doelgroepen, waardoor kwaliteit niet altijd gegarandeerd kan worden.

Daarom organiseerde het VGTC op 8 november 2008 een studiedag rond het profiel van lesgevers VGT. Deze studiedag wilde door middel van discussie het debat aanzwengelen over wat het goede profiel is voor een lesgever VGT, en op die manier een aanzet geven tot het ontwikkelen van richtlijnen. Ook wilden we organisaties die betrokken zijn bij het onderwijs van VGT informeren over het belang van kwaliteitsvol VGT-onderwijs.

Hier vindt u de powerpointpresentaties terug die beide sprekers, Danny De Weerdt en Hilde Nyffels, op de studiedag gebruikten.

Powerpointpresentatie Hilde Nyffels
Powerpointpresentatie Danny De Weerdt

In 2005 concipieerde het VGTC een nieuw project rond voorlezen. Doel van het project was een dvd te ontwikkelen waarop bekende kinderverhalen uit het Nederlandse taalgebied in VGT verteld worden om op die manier deze verhalen toegankelijk te maken voor Dove kinderen.

Dankzij subsidies van het Fonds Beeckman en het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap kon het project in 2006 van start gaan. Onder begeleiding van Hands Up vertaalden vijf Vlaamse gebarentaalgebruikers 20 Nederlandstalige kinderverhalen naar VGT. SignFuse zorgde voor de technische uitvoering.

In maart 1999 nam het Vlaams GebarentaalCentrum het initiatief om de Vlaamse dovenscholen en Fevlado, als vertegenwoordiger van de Vlaamse Dovengemeenschap, uit te nodigen met de bedoeling samen een aantal problemen in verband met het lexicon (en het gebruik ervan) van de Vlaamse Gebarentaal te bespreken en na te gaan of er eventueel kon samengewerkt worden om deze problemen op te lossen. Tijdens dit overleg werd beslist samen een project op te zetten met de bedoeling de “hiaten” (of “gaten”) in het lexicon van de Vlaamse Gebarentaal op te sporen en in te vullen. Het VGTC, Fevlado en CORA (de vereniging van de Vlaamse dovenscholen) vroegen en kregen voor dit project een subsidie van het Fonds Beeckman. Twee projectmedewerkers konden worden aangeworven: Marleen Rogiest en Kristof De Weerdt. In maart 2002 werden de resultaten van de eerste fase van het project, omtrent wiskunde-gebaren, aan het publiek voorgesteld. De gebaren werden ondertussen ook gepubliceerd in boekvorm:

De Weerdt, K. & Rogiest, M. 2002. Invulling van hiaten in het lexicon van de Vlaamse Gebarentaal. Wiskunde. Gent: Cultuur voor Doven.

In de tweede fase van het project werd er gewerkt aan de terminologie van het vakgebied Wereldoriëntatie, meer bepaald Aardrijkskunde en Geschiedenis. In oktober 2002 was er een informatiemoment over het project tijdens de pedagogische studiedag voor medewerkers van de Vlaamse dovenscholen. De resultaten van fase 2 (de nieuwe WO-gebaren dus) werden ook gepubliceerd:

De Weerdt, K. & Rogiest, M. 2003. Invulling van hiaten in het lexicon van de Vlaamse Gebarentaal. WO. Gent: Cultuur voor Doven.

Alle partners in dit project vinden het heel belangrijk dat het project wordt voortgezet en dat ook andere vakgebieden aan bod kunnen komen. Voorlopig is er hiervoor geen geld. Het VGTC probeert uiteraard de nodige middelen te vinden.

De gebaren van het “hiatenproject” kunnen worden teruggevonden in het woordenboek van de Vlaamse Gebarentaal.

hiatenproject wiskunde

 

Dankzij een bijzondere subsidie aan voorzieningen in de gehandicaptensector van het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap kon er in het najaar van 2000 en het voorjaar en de zomer van 2001 gewerkt worden aan lessenpakketten voor cursussen Vlaamse Gebarentaal, niveau 1 en 2. Deze pakketten zijn bedoeld om te worden gebruikt in de gebarentaalcursussen van Fevlado, in de gebarentaaltolkenopleidingen, in cursussen aan ouders van dove kinderen, enzovoort. Voor dit project kon 1 horende projectmedewerker worden aangeworven: Iris Antoons. Zij werkte samen met (Dove gebarentaalgebruikster) Diane Boonen, die hiervoor door Fevlado werd “uitgeleend”. Voor elk niveau werd er een handleiding voor de lesgevers gemaakt (compleet met didactisch materiaal en met een werkvideo waarop een aantal teksten en oefeningen uit het lessenpakket wordt voorgedaan) en is er ook een pakket voor de cursisten. Deze cursuspakketten zijn gebaseerd op het pakket dat voordien door Myriam Vermeerbergen en Diane Boonen was samengesteld. In het schooljaar 2001-2002 is het materiaal voor het eerst gebruikt. Ondertussen werden de pakketten ook gepubliceerd en verschijnt er in september 2004 een nieuwe versie.

Op dit project kwam in 2005-2006 een vervolg met opnieuw een subsidie van het Vlaams Agentschap. Tijdens die periode herwerkte een VGTC-medewerker -Katrien Van Mulders- het lessenpakket voor niveau 2 en begon ze aan het ontwerp van een pakket voor niveau 3 – dit alles in samenwerking met Fevlado-Diversus en de tolkenopleiding in Gent, Sint-Amandsberg. Het herwerkte lessenpakket voor niveau 2 werd voor het eerst gebruikt tijdens het schooljaar 2006-2007. Het nieuwe lessenpakket voor niveau 3 wordt tegen eind 2008 afgewerkt en wordt tijdens het schooljaar 2009-2010 voor de eerste maal in gebruik genomen.

In december 1997 verkreeg het VGTC een subsidie van het Fonds Beeckman om informatie over de grammatica van de Vlaamse Gebarentaal (meer) toegankelijk te maken, in de eerste plaats voor Dove gebarentaalgebruikers zelf. Pas ongeveer een jaar later werd de nodige bijkomende financiële steun gevonden (bij de (toenmalige) ASLK) en kon met de voorbereidingen worden begonnen. In samenwerking met de audio-visuele dienst van het KIDS en OO!VGT (onderzoek, onderwijs Vlaamse Gebarentaal) van de Vrije Universiteit Brussel werd gedurende ongeveer anderhalf jaar gewerkt aan de productie van het eerste video-boek in Vlaanderen:

Vermeerbergen, M. (Red). 1999. Grammaticale Aspecten van de Vlaams-Belgische Gebarentaal-videoboek. Affligem: Vlaams GebarentaalCentrum.

Het videoboek bevat informatie over de grammaticale structuur van de Vlaamse Gebarentaal en dit in twee talen: de Vlaamse Gebarentaal en het Nederlands. Op die manier kan de video worden gebruikt door dove gebarentaalgebruikers (bijvoorbeeld door diegenen die de Vlaamse Gebarentaal onderwijzen aan horende belangstellenden) en door horenden (bijvoorbeeld leerkrachten van dove kinderen, horende ouders van dove kinderen). Het videoboek bestaat uit twee video-cassettes die elk ongeveer anderhalf uur materiaal bevatten. Behalve een inleiding zijn er achttien ‘hoofdstukjes’, elk hoofdstukje behandelt 1 onderwerp (meestal 1 grammaticaal mechanisme of 1 grammaticale structuur).

Het videoboek kan besteld worden bij Fevlado-Diversus.

videoboek

Het VGTC organiseert samen met de taalgroep Vlaamse Gebarentaal van de Universiteit Leuven – campus Antwerpen een workshop over gebaren met orale component (goc’s). De workshop is enkel bedoeld voor personen die VGT als eerste taal hebben.

Dit gaat door op zaterdag 21 mei 2016 van 10:00 tot 13:00u.