Gebarentalen zijn echte talen.
De meeste talen zijn gesproken talen: ze worden geproduceerd door het spraakorgaan en ontvangen door het gehoor. Voor wie niet of niet goed hoort, zijn deze gesproken talen moeilijk toegankelijk. Vooral voor hun onderlinge contacten gebruiken dove mensen dan ook talen waarbij het gehoor geen belang speelt: gebarentalen. Aangezien ook mensen met een gehoorstoornis leven in een omgeving waarin vooral een gesproken taal wordt gebruikt, worden zij bijna dagelijks geconfronteerd met een gesproken taal. Daarom kan algemeen worden gesteld dat doven in Vlaanderen de Vlaamse Gebarentaal gebruiken voor contacten onderling en het Nederlands voor contacten met horenden. Heel lang heeft men gedacht dat gebarentalen geen echte talen waren, of toch geen volwaardige talen, maar dat is een misverstand. Gebarentalen zijn -net zoals gesproken talen- menselijke communicatiemiddelen die op een natuurlijke wijze zijn ontstaan. Gebarentalen zijn dus niet uitgevonden of afgeleid van gesproken talen. Het zijn zelfstandige talen die geschikt zijn om over alles wat men maar wil van gedachten te wisselen. En een gebarentaal heeft net zoals een gesproken taal een eigen woorden -of in dit geval gebarenschat- en eigen grammaticale regels. Te vaak wordt er nog verkeerdelijk (!) gedacht dat gebarentalen enkel geschikt zijn om te praten over eenvoudige, alledaagse onderwerpen.
Gebarentalen en gebarensystemen.
Een manier waarop werd geprobeerd om de gesproken taal toegankelijk te maken voor wie niet of erg slecht hoort, is het gebruik van een gebarensysteem. Een gebarensysteem is een combinatie van gesproken taal en gebaren: men gebruikt de (soms vereenvoudigde) structuur van de gesproken en terwijl men praat, maakt men ook gebaren. In Vlaanderen heet het gebarensysteem Nederlands met Gebaren, het werd in navolging van wat er in het buitenland gebeurde, begin jaren '80 ontwikkeld. Gebarensystemen zijn geen gebarentalen: het zijn systemen om een gesproken taal meer toegankelijk te maken voor wie niet hoort. Wie bijvoorbeeld Nederlands met Gebaren gebruikt, spreekt Nederlands en maakt daarbij gebaren. Het gebarensysteem Nederlands met Gebaren is dus een vorm van het Nederlands en geen vorm van de Vlaamse Gebarentaal. Heel dikwijls is bij het ontwikkelen van een gebarensysteem wel gebruik gemaakt van de gebaren uit de plaatselijke gebarentaal. Dat is ook in Vlaanderen gebeurd: een gedeelte van de gebaren die bij Nederlands met Gebaren wordt gebruikt, is overgenomen uit de Vlaamse Gebarentaal. Er zijn echter ook nieuwe gebaren gemaakt. Er is echter maar een klein deel van die nieuwe gebaren dat aanvaard is door de Dovengemeenschap. Nederlands met gebaren lijkt dus meer op het Nederlands dan op de Vlaamse Gebarentaal. Het Nederlands en het Nederlands met Gebaren hebben dezelfde structuur, met de Vlaamse Gebarentaal heeft Nederlands met Gebaren enkele een deel van z'n gebaren gemeen. In een zin als Het boek valt op de grond wordt in het Nederlands met gebaren voor elk woord een gebaar gemaakt. Die zin ziet er in het Nederlands met Gebaren dus zoals in deze eerste video.
Hieronder staat deze pagina in Vlaamse gebarentaal - video
In de Vlaamse Gebarentaal krijgen we echter een totaal andere structuur, zoals je kan zien in de tweede video.
Hieronder staat deze pagina in Vlaamse gebarentaal - video
Gebarensystemen werden in de eerste plaats ontworpen om te worden gebruikt in het onderwijs. In verschillende landen is men ze echter ook gaan promoten als geschikte communicatiemiddelen voor volwassen doven. De idee hierbij was dat gebarensystemen kunnen gebruikt worden als een soort brug tussen de gebruikers van een gebarentaal en de sprekers van een gesproken taal. Ook in Vlaanderen heeft men dit geprobeerd en werden er vanaf de tachtiger jaren zowel door voor doven als voor horenden cursussen ingericht waar men Nederlands met Gebaren kon leren. Een aantal doven heeft dit gebarensysteem geleerd, maar er zijn niet zo veel volwassen doven die graag Nederlands met Gebaren gebruiken. Daar zijn verschillende redenen voor. Eén van de meest genoemde redenen is dat communiceren in een gebarensysteem langzaam gaat. Er blijken tevens maar heel weinig -horende en dove- mensen te zijn die echt goed een gebarensysteem kunnen gebruiken. Het is ontzettend moeilijk om tegelijkertijd met het uitspreken van woorden ook nog eens gebaren te gaan maken. Bouwstenen van gebaren. Als men kijkt naar het Nederlands dan zijn woorden niet de kleinste bouwstenen van een gesproken taal, woorden zijn samengesteld uit kleinere delen die zelf geen betekenis hebben. Het Nederlands woord "glas" bvb. is samengesteld uit de betekenisloze deeltjes /g/, /l/, /a/ en /s/. Ook gebaren bestaan uit kleinere betekenisloze elementen, namelijk parameters.
Elk gebaar is opgebouwd uit 4 parameters

- de articulatieplaats: de plaats waar het gebaar wordt uitgevoerd
- de oriëntatie
- de handvorm
- de beweging
Gebaren kunnen dus worden beschreven als bestaande als uit 4 delen. Bij het vormen van het Vlaamse Gebaar ANTWERPEN bvb. zien we
- de handvorm is een A-hand
- de plaats is naast het lichaam, ongeveer op schouderhoogte
- de beweging is heen en weer vanuit de pols
- en de oriëntatie is de handpalm weg van het lichaam
